Portretschilder Bo Bakker werkt met olieverf op canvas, vanaf de houtskoolschets in één laag, nat in nat.

Veel realistische portretschilders, en dan vooral die portretschilders die in hun stijl naar het verleden zijn gericht, bouwen hun werk langzaam op:  eerst een schets,  een onderschildering, en dan de uiteindelijke schildering in vaak meerdere lagen.
De werkwijze van deze portretschilders heeft als voordeel dat er meer tijd is om alle verhoudingen en nuances tegen elkaar af te wegen en tot een grotere detaillering te komen.

Dat Bo Bakker de voorkeur geeft aan het werken in één laag, heeft alles te maken met het grote nadeel van de laag over laag methode: de minder positieve invloed op de frisheid van de schildering.
Die frisheid blijft beter behouden bij het werken in één laag.